Designed by Philip

Natuurverlangen

Kleisculpturen van Jacqueline Bohlmeijer

Klei komt uit de aarde. Een passend materiaal voor de natuurfantasieën van Jacqueline Bohlmeijer Ze vereenzelvigt zich met de levende natuur, en verbeeldt de energie die haar drijft in speelse keramische sculpturen en organische vaasvormen. Behalve planten en bomen, passeren nu ook dieren de revue, zoals de olifant en het paard. En in haar Waterfiguren verbeeldt ze de verloren gegane eenheid met de natuur.

Bohlmeijer werkt niet realistisch. Ze kruipt in de huid van de natuur die haar van jongs af aan vertrouwd is en geeft haar fantasie de vrije loop. Intuïtief geeft ze vorm aan die stille kracht van planten en bomen, zoals Peter Tompkins en Christopher Bird die beschrijven in The Secret Life of Plants (1973).

In de Uproot-serie (vanaf 2008) toont ze de wortels van de plant, die doorgaans voor het oog verborgen zijn. Ze dragen een kelk die levende takken kan bevatten, en dat geeft deze vaasvormen een meerwaarde.

‘’Ik wil laten zien hoe een boom wortelt in de aarde, en met zijn takken naar de hemel reikt.’’


Bohlmeijer groeide op in Laren, reed paard in de bossen en zoekt nu de natuur in het Vondelpark om de hoek.

Ze verwondert zich over het ongrijpbare van de groei, over de holtes, noesten, kronkelende tentakels of jonge loten die onverwachts opduiken. In haar sculpturale keramiek wuiven deze uitlopers met een triomfantelijk gebaar, of ze rollen met hun spierballen, trots op de groeikracht waarmee ze hun omgeving in bezit nemen. Ze lijken maar een ding te willen. Omhoog. Zich ontvouwen, de ruimte in.

Andere beelden zijn juist naar binnen gekeerd. Verholen (1997) oogt kwetsbaar met zijn opengewerkte 'stam', die zijn beschaduwde binnenste onthuld. Ook Tree (1999) absorbeert zijn omgeving. Hier zijn de langgerekte spleten een uitnodiging om dichterbij te komen en lang verzwegen geheimen aan deze 'luisterboom' toe te vertrouwen.

In een volgende fase ontstaan speelse boomfiguren met menselijke trekjes, zoals Phantom (2002), alsof de ziel van de boom ons groet, of de bijna levensgrote Bosnimf (2013). En in haar Waterfiguren (sinds  ) vloeien mens en plant naadloos in elkaar over. Ze vormen één geheel. Bohlmeijer vond inspiratie voor haar Waterfiguren tijdens het zwemmen.

‘’In het water voel je de zwaartekracht niet. Je lost op in je omgeving en voelt je één met de natuur.

Als kind voelde ik me verbonden met de natuur, nu heb ik het gevoel dat ik erbuiten sta. In onze technologische cultuur zijn we vervreemd van de natuur. Maar we zijn deel van dat grote geheel.’’


Recentelijk doen ook de dieren hun intrede. Kleine paardjes in ongerepte landschappen. En een serie met olifantjes in struweel. Bohlmeijer heeft veel liefde voor dieren. Als kind werd ze gegrepen door Jeroen met de sleutel, van Dick Laan. Net als de Jeroen uit het boek, had ze het idee dat ze met dieren kon praten. Dat ze kon voelen of een vogel dorst had, of honger. Dat vanzelfsprekende contact is er niet meer. Maar ze is nog steeds gevoelig voor onrecht tegenover dieren. De laatste circusolifant (2015) ontstond vanuit haar verontwaardiging over de jacht op ivoor en het verbod op circusdieren. In plaats zijn kracht te etaleren, verstopt De laatste circusolifant zich tussen de bomen.

Andere olifantjes zoeken naar evenwicht op doorbuigende takken. ‘’Een olifant is groot en sterk, maar tegenover een geweer is hij machteloos. Die kwetsbaarheid van het dier wil ik laten zien.’’


Bohlmeijer werkt graag in het aardse materiaal klei. Het is makkelijk te vervormen, en leent zich voor haar intuïtieve manier van werken. Aanvankelijk bouwt ze haar vormen hol op. Daardoor heb je minder risico op scheuren als de klei krimpt. Maar Bohlmeijer zag ook expressieve mogelijkheden in deze keramische werkwijze. Ze speelt met de holle vorm en perforeert de wand, zodat er een wisselwerking ontstaat met de omgeving. In een volgend stadium kneedt ze de volumes uit zachte klei, zodat ze meer organisch worden, zoals in de Uproot-serie, terwijl haar recente Waterfiguren en olifanten direct in de klei worden geboetseerd. Maar welke werkwijze ze ook hanteert, steeds is er sprake van een beweging in de ruimte, van groei in de breedste zin van het woord.


Haar vroege werken zijn abstract, zoals Samenspraak (1993) of Pas de Deux (1993), waarbij twee tegengestelde vormen versmelten. De ene is statig en trots, de andere heeft een uitwaaierende ‘rok’. Ze zijn verschillend, maar één in hun beweging. Ondanks de abstracte vorm, is het niet moeilijk  om een hij en een zij in dit werk te zien, en ze menselijke eigenschappen toe te dichten. Vandaar de titel Pas de Deux.

De confrontatie met de spontaniteit van haar kinderen versterkte haar neiging tot associëren. Haar werk werd speelser, een ontwikkeling die begon met A Star is Shining (1995). Het pinkelend licht van deze geperforeerde wandlampjes verandert je kamer in een sterrenhemel.


Anne Berk, publicist, curator,

Coördinator NL van het Europese sculpture network